Ken je dat gevoel? Je hebt iets in je hoofd en probeert dat over te brengen op een ander. Je denkt toch echt heel duidelijk te zijn, en je gebruikt hiervoor zelfs verschillende manieren, toonhoogtes, expressies, enzovoorts. En dan nog snappen ze je niet. Dat heb ik dus best regelmatig, en het frustreert me mateloos!
Volgens mij hebben jullie inmiddels al meegekregen dat we hier in huis zelfs een nieuwe communicatievorm hebben toegevoegd. Met knoppen kunnen we elkaar duidelijk maken wat er wel of niet gaat gebeuren. En dat brengt veranderingen mee in onze onderlinge communicatie, hoop op meer mogelijkheden en soms dus ook extra frustratie. Met die knoppen ging er een hele nieuwe wereld open voor me. Niet alleen de woorden op zich, maar ook dat er geluisterd werd naar elkaar. Eindelijk. En dus hoopte ik nu dat de normale communicatie ook beter zou worden… nou niet dus!
Ik mauw me echt helemaal rot de laatste weken in alle toonhoogtes, van zacht tot hard, smekend tot aan dwingend... Als ze die woorden snappen, moeten ze me toch ook zo kunnen snappen zou je denken? Ik geef dan veel meer informatie, maar ZIJ zeggen juist van niet, dat ze me dan niet snappen. Dus dan probeer ik het soms ook op andere manieren, want als ik Ivan in bed ga bijten is het toch geheel duidelijk dat ik wil dat je luie reet uit bed hijst om met mij op avontuur te gaan?!?
Maar vergis me niet hoor, het heeft zeker ook voordelen. Om te beginnen hebben we de term ‘baasje’ er uitgehaald. Ik ben toch blij dat ze inmiddels hebben ingezien dat niet ZIJ de baas zijn, maar ik. Dus staan de woorden Ivan en Jennifer nu op het bord. Die druk ik vooral in als ze weg zijn, want het liefst heb ik ze toch allebei dicht bij me zodat ze snel op mijn commando’s kunnen reageren. Ze hebben ook mijn naam toegevoegd, maar je denkt toch niet dat ik die in ga drukken? Daar had toch minimaal ‘the boss of the house’ uit moeten komen als geluid. Ach ja, zij worden er blij van.
We hebben inmiddels 10 woorden op het bord zitten. Best veel al. Hoe ik de knoppen weet te vinden? Natuurlijk hebben ze hun vaste plek op gekleurde borden, maar als ik echt in een keer de goede knop wil ruik ik eraan. En dan weet ik precies welke knop ik wil. Als ze kijken mauw ik liever, wijs ik met mijn poot naar een knop of ga ik er gewoon voor zitten. Lijkt mij toch volledig duidelijk of niet? Maar dat mensvolk wil perse dat ik een knop indruk voor ze echt met actie reageren. Dat snap ik dan weer niet. Dat indrukken is toch alleen nodig als ze niet kijken? Maar nee dus. Sterker nog, als ze wat verder weg zijn horen ze me vaak niet eens. Echt he!
De knop ‘lickystick’ is toch wel de favoriet. Nog een voordeel: deze overheerlijke snack kreeg ik vroeger hoogstens 1x per week, nu iedere dag. Moet ik wel elke keer voor heen en weer lopen en de goede knop zoeken, maar dat heb ik er wel voor over. Toch jammer dat ze ook een woord ‘klaar’ hebben toegevoegd. Hoewel ik dat woord ook rustig gebruik als ik vind dat Jennifer moet stoppen met zingen of Ivan te lang aan de keukentafel blijft hangen. Toch best handig dat woord.
Ook in de communicatie zonder knoppen praat Jennifer in kernwoorden met me. Dat deed ze al langer op onderdelen, maar dat is dus nu met alles zo. Ze benoemt wat is zie en hoor: “geluid auto”, “hond”, “vreemde”. En dat maakt dreigingen die ik buiten zie iets minder spannend. Ik ga vaak op veilige afstand zitten om het rustig eens te bekijken, in plaats van dat ik gelijk naar binnen storm en soms, als ik mee heel moedig voel, ga ik zelfs de dreiging van wat dichterbij bekijken.
Over buiten gesproken… het is lente!!! De zon schijnt weer vaker en langer, dat rare witte spul is weg en de temperaturen zijn een stuk beter. Ik wordt altijd super enthousiast in de lente…. Dus ik spring ‘s ochtends al mauwend op bed, smekend of we alsjeblieft alsjeblieft naar buiten kunnen. De geurtjes zijn dan extra lekker, de zon op mijn vacht is heerlijk en er zijn allemaal vliegebeestjes waar ik achteraan kan. Jennifer heeft het dan over vliegen, vlinders, bijtjes… bij die laatste waarschuwt ze me altijd, pff. Als oud stadskatje ren ik over het gras, spring ik op naar alle beestjes, klim ik in bomen, loop ik over muurtjes en door de bosjes heen. Ik kom daar zover dat stomme touwtje me toelaat. Stoer toch! Ze hebben ook al een teek van me afgehaald. Die liep over mijn vacht heen. Een dag later had ik een apparaatje aan mijn jas hangen die die beesten moet afschrikken.
Nu moet ik wel zegen dat het ‘sochtends nog wel fris is. Dus als ik dan die twee eindelijk zo ver heb dat er een met me mee gaat, spring ik met het mooie weer van de dag ervoor naar buiten, om dan stokstijf te blijven staan. Wat is dit dan… nog rond het vriespunt… no way! Snel weer naar binnen. Ik ga over twee uur nog wel een keer zeuren, dan zijn de temperaturen vast weer beter.
En de laatste tijd is dat het zeker. Dan moeten ze me toch echt chanteren om me na een uur weer naar binnen te krijgen… die bossen zijn veel te spannend!
Had ik al verteld dat ik echt ontzettend boos op Jennifer was? Ze lokte me mee met een lickystick. Ik had er niet eens voor op een knop hoeven drukken, dus achteraf had ik natuurlijk toen al nattigheid moeten voelen. In de gang smeerde ze het aan de binnenkant van een grote blauwe plastic doos. Dus ik natuurlijk erin om het af te likken. En voor ik het wist had ik de deksel op mijn snufferd… letterlijk. Hoe durft ze!
Vervolgens neemt ze me mee naar dat brulmonster wat ook echt gaat brullen terwijl ik er in zit. En dan kan ze wel woordjes zeggen als ‘Icey auto, Icey weg’, maar dat stemt me echt niet beter. Ik was echt zo pissed! En dat heb ik ook laten horen ook in de auto. De hele weg heb ik echt boos geschreeuwd naar haar dat ik hier echt geen behoefte aan had, maar ze luisterde gewoon niet.
Sterker nog, we gingen naar een gebouw wat alleen maar rook naar vreemde, zieke en dode beesten. Waar vervolgens een vreemde vrouw me ging betasten en prikken. Jennifer vond haar best lief… Fijn voor je, maar laat mij er dan buiten! Ik vond het gewoon doodeng daar en probeerde weg te kruipen onder de deken. En ok, dan toch ook maar bij Jennifer in de armen met mijn kop onder haar vest… ik ben er niet, ik ben er niet…
Pas toen ik weer in de kist moest dat brulmonster in, en Jennifer zij: “Icey dokter klaar, Icey auto huis, huis ja” snapte ik dat we weer naar huis gingen en was ik stil. Vroeger had ik de terugweg ook nog volgemiauwd, maar nu snapte ik dat we naar huis gingen en gaf ik me er maar aan over.
Overigens was ik blijkbaar wel een klein beetje afgevallen. Dat Zweedse leven doet me blijkbaar goed. Als dat heen en weer geren naar de knoppen voor 1 likje uit dat snackstaafje, het patrouilleren door de tuin, jagen op de beestjes en het continue trap lopen om mijn mensvolk onder de duim te houden maken me op mijn leeftijd toch nog een gespierde jonge god.
Maak jouw eigen website met JouwWeb